
| Historie |
|
|
|
De Haagse Markt heeft niet altijd aan de Herman Costerstraat gestaan. In 1938 is deze verhuist van de Prinsegracht, naar wat toen de buitenkant van Den Haag was. De Prinsengracht werd te klein en men zag toen een kans in het in die tijd braakliggende terrein aan de Herman Costerstraat. Niet iedereen was het eens met deze verhuizing, maar toen de markt op deze plek goed bleek te functioneren, was iedereen de verhuizing al weer snel vergeten. Van de Prins en zijn gracht geen kwaad weten Een Scheveningse visservrouw met een mand vol gerookte bokking op haar schoot, gaf luidkeels blijk van haar verbazing over het verdwijnen van de markt. Ze moest de vis bij haar broer afleveren met een kraam op de markt. Een meneer die aandachtig de ochtenduitgave van Het Vaderland aan het lezen was, vroeg de vrouw of ze nooit een krant las. ‘Jawel meneer, de Kerkbode, die spel ik van voor tot achter’. ‘Dan hebt u gemist dat de markt vandaag is heropend aan de Herman Costerstraat. U had vanochtend lijn 11 moeten nemen met uw vis”. De verbazing van de passagiers van lijn 10 op 16 mei 1938 was niet vreemd. Sinds mensenheugenis was er op en rond de Prinsegracht markt geweest. In de naamgeving van de straten in de historische kern van Den Haag vinden we dat nu nog terug. De Grote Markt en Grote Marktstraat zijn de meest sprekende voorbeelden maar ook de namen van de aangrenzende Varkensmarkt en Lange- en Korte Beestenmarkt spreken boekdelen. En iets verderop de Groenmarkt. De koopwaar op dag- en de weekmarkten bepaalde eeuwenlang het tafelmenu van de Hagenaars. Wat ze aten kwam vrijwel altijd van de markt. Pas in de twintigste eeuw kreeg de markt serieuze concurrentie van de winkels. De markt op de Prinsegracht werd pas echt groot na de demping van de gracht tussen de Singel en de Brouwersgracht in 1902. Voor die tijd werden op de Prinsegracht vooral bloemen verkocht. Na de demping begon de markt zich snel te ontwikkelen. Van enkele honderden kramen aan het begin van de Eerste Wereldoorlog tot ruim 600 in 1938. En het was juist de omvang die de markt op de Prinsegracht de das omdeed. De Haagse straten werden almaar drukker en drukker. In het centrum van de stad was er soms al sprake van verkeersopstoppingen. Over de Prinsegracht moesten niet alleen tramlijn 10 maar ook diverse autobuslijnen hun route vinden. Markt en verkeer zaten elkaar in de weg. En zoals altijd in de moderne tijd wint dan het verkeer. Naar goed Haags gebruik werd er lang gewikt en gewogen. Dat begon al aan het begin van de jaren dertig. Kort voordien leek er geen vuiltje aan de lucht voor de markt op de Prinsegracht. De koopliedenvereniging Aller Belang organiseerde op zaterdag 5 mei 1928 een grootscheepse Feestmarktdag. Alle 600 kramen waren feestelijk verpakt. De mooiste kramen kwamen in aanmerking voor een prijs. Een van de prijswinnaars werd de kousenverkoper G. van Hoon. In zijn kraam zaten een jonge en een meisje verborgen onder een grote parapluie. Beiden droegen sjieke kousen van Van Hoon. Om de paraplu zat een kousenband met de tekst: Honni soit qui mal y pense ( zoals de waard is, vertrouwt hij ook zijn gasten ). Een mooie devies voor elke handelstransactie.
De Haagse Markt was net zoals nu, een begrip in en ver buiten Den Haag. Van heinde en ver kwamen de mensen naar deze markt, met zijn geweldige aanbod en aantrekkingskracht. Reeds toen kwamen al ruim 15.000 mensen per dag naar de markt. De markt werd toen gehouden op maandag, vrijdag en zaterdag. Dit is zo gebleven tot in de jaren 80. De woensdag is er toen als marktdag bijgekomen. De kramen bleven op het terrein staan, en later werden ze zelfs vast in de grond geplaatst, uniek voor een markt. Nog veel later in eind jaren 70, werden de houten en met doeken bespande kramen, vervangen door kramen van Polyester. Nu had zelfs de wind geen vat meer op de in de grond verankerde kramen. Alle kramen werden voorzien van stroom en licht, ook weer zo'n uniek aspect van De Haagse Markt. |
|||||||||||||||||||||
| < Vorige | Volgende > |
|---|