|
Zie je in winkelstraten nog wel eens dat deze op een koude of gure dag leeg lopen, op De Haagse Markt lopen altijd mensen. Al is het maar om even snel de nodige boodschappen te halen. De Haagse Markt heeft altijd een grote aantrekkingskracht, mede door de goedkoopste prijzen van Nederland. |

| Dichter op de markt |
|
|
|
DICHTER OP LOCATIE #4; DAVID MUIDERMAN OP DE MARKT David legt zijn ervaringen vast in een dagboek, dat dagelijks te lezen zal zijn op www.stadsdichter.nl en www.subliterair.org Hieronder het DAGBOEK van dichter David Muiderman.... Marktboek door dichter David Muiderman Ik ben door de Haagse stadsdichter gevraagd om voor het project Dichter op Locatie een locatie uit te zoeken waar ik in de tweede week van maart 2008 een aantal dagen ‘mee kan lopen’. Mijn keuze is uiteindelijk op de Haagse Markt gevallen. Het lijkt me een leuke en levendige plek om eens een paar dagen rond te kijken en mee te helpen. Hieronder het verslag van mijn ervaringen. De eerste indruk (vrijdag 7 maart 9:30)
Het is half tien en het miezert. We besluiten eerst een kop koffie te drinken in het café naast de fietsenstalling. Als we naar binnen gaat slaat de rook van sigaretten op onze longen. Het is vroeg, toch zitten er al wat stamgasten. Het heeft wat weg van een sportkantine op een verregende zaterdag. Zo’n dag dat alle wedstrijden in district West II zijn afgelast en alleen de echte diehards naar de club zijn gekomen voor hun natje en hun droogje. Harry bestelt een koffie voor mij en een thee voor zichzelf. Wij gaan zitten aan een vierpersoonstafeltje in het midden. Bij het raam aan de marktzijde zitten twee mannen van een jaar of zestig gebroederlijk naast elkaar. Een vrouw van ongeveer dezelfde leeftijd zit tegenover hen. De ene man (met snor) heeft een halve liter Heineken voor zich staan, de andere man een flesje. De vrouw heeft niets, ze rookt een sigaret. Ze zwijgen en staren naar buiten. Tegen de muur aan de zijde van de fietsenstalling knippert een fruitautomaat. Achter in de hoek waar het licht nauwelijks bij kan komen zitten twee mannen te roken. Buiten regent het. Tussen de marktkramen bewegen de mensen.
Ik kom uit een stad Waar stadhouders op straat rondhangen De vuurtoren haar licht rondblaast Schilders het volk bespelen
Ik kom uit een stad Waar op oneven dagen (en op zaterdag) De stembanden bloeden Het fruit uit haar schillen barst
Van alle mensen thuis (vrijdag 7 maart 10.00) Een half uur later gaan Harry en ik op zoek naar Pieter de Boer. Kraam 55 zegt Harry. De nummers staan bovenop, we moeten af en toe op onze tenen staan om ze te kunnen lezen. Bij nummer 53 is een kruispunt, we kunnen alle nummers vinden behalve 55. We doen een gok: “bent u nummer 55?” vraagt Harry aan een man die textiel verkoopt in een oliebollenkraam. De man antwoordt positief. “Maar Pieter de Boer die zit in 505, eerste pad,” zegt hij lachend. “Hij verkoopt snoep en elektronica,” roept hij ons na. ![]() Pieter ontvangt ons enthousiast. Hij heeft een open gezicht met bruine ogen. Als hij begint te praten valt één ding gelijk op: de markt zit in zijn hart. Hij vertelt over de markt alsof het zijn kind is. Hij vertelt over de mensen die naar de markt komen, de marktkraamhouders, de producten die verkocht worden, de veelzijdigheid en diversiteit, de plannen van de gemeente en zelfs een stukje geschiedenis. De volgende alinea’s heb ik van de website geplukt. De Haagse Markt heeft niet altijd aan de Herman Costerstraat gestaan. In 1938 is deze verhuisd van de Prinsengracht, naar wat toen de buitenkant van Den Haag was. De Prinsengracht (toen nog niet gedempt) werd te klein en men zag toen een kans in het in die tijd braakliggende terrein aan de Herman Costerstraat. Niet iedereen was het eens met deze verhuizing, maar toen de markt op deze plek goed bleek te functioneren, was iedereen de verhuizing al weer snel vergeten. Na goed overleg besluiten we dat ik vier dagen mee kan lopen. Pieter vindt dat ik met verschillende mensen (verschillende producten) mee moet lopen waardoor ik een goede indruk krijg van de veelzijdigheid van de Haagse Markt. Ik vind het wel prettig om vanuit een vast punt te ‘opereren’. Pieter neemt me mee naar Nel. “Zo’n mond, maar zo’n hartje,” hij maakt een gebaar met duim en wijsvinger. Nel verkoopt bloemen aan het begin van de markt. Ze draagt een bodywarmer en versleten wollen handschoenen zonder vingers. Samen met haar man runt ze vier dagen per week de bloemenkraam. Nel ziet eruit als een vrouw die voorop gaat in de strijd. Haar doen en laten is nog enthousiaster dan dat van Pieter. Haar ogen stralen, er groeien bloemen uit. “Dichter David,” zegt ze, “dat is makkelijk te onthouden.” Het gesprek gaat al snel verder over de gemeenteplannen, het zit Pieter en Nel duidelijk hoog. De mensen zullen wel weer moeten wijken voor de regels. Ik zeg Nel gedag. Tot woensdag. Dan begint om zes uur, in alle vroegte, mijn eerste dag als marktkoopman.
Dag 1 Het leven gaat niet over…… (woensdag 12 maart 2008) 4.55 Net voordat de wekker gaat word ik wakker. Dit noem ik geen ochtend, dit noem ik nacht. Ik schuif de gordijnen opzij. Richting het Westland is de lucht okerkleurig, richting de zee pikzwart. De wind slaat tegen het flatgebouw. Er is duidelijk storm op komst. Vandaag begint mijn eerste dag als marktkoopman/bloemist. Ik fiets langs de oude gasfabriek richting de Herman Costerstraat. De Haagse Markt is dan wel een markt met vaste kramen, maar zoals elke markt moet er iedere marktdag worden in-, en uitgepakt. Ook moet er iedere dag worden bevoorraad. En met 500 kramen is dit een hele klus. In de ochtend lijkt de markt dan ook het meest op een mierennest, met heel veel bedrijvigheid en auto's die af en aan rijden met nieuwe voorraden.
Ik loop verder richting het groente-en-fruit-gedeelte. Hier is een stuk meer bedrijvigheid. Paletwagens worden heen en weer gereden. Een man stalt stuk voor stuk zijn appels uit. Het ruikt naar zoute vis. In café Marktzicht, net buiten de omheining van de markt, bestel ik een cappuccino en een broodje kaas. Het is half zeven. In het café is het druk en lekker warm. Een oude man zit aan een tafel scheermesjes uit de verpakking te scheuren. Aan de bar zit een Oosterse man met een tulband en oranje baard. Tegenover me zitten twee mannen te praten, één heeft reusachtige oren, de andere (op de rug gezien) draagt een grote gouden oorbel in zijn linkeroor. Ze praten over het weer, er is storm op komst. ![]() Terug naar de bloemen. Nel is er nog niet, maar haar man Bert is al druk bezig met uitstallen. Theo, een bloemist in ruste, assisteert. Hij is de man van de verhalen (…) dat hij ooit tijdens een storm een grote parasol bleef vasthouden die wel een meter de lucht in vloog (…) en een keer in de bestelbus voelde hij de wielen bijna los van de grond komen. Iets verderop proberen een paar donkere mannen een blauwe parasol uit te klappen. Ze staan precies op de hoek van de wind. Bert gaat polshoogte nemen. “Het zijn buitenlanders” zegt hij. “Ja,” vult Theo aan, “hun praten soms geeneens Nederlands.” Ik maak weer een rondje over de markt, uit de radio’s klinken de verkeerswaarschuwingen: harde windstoten tot wel 115 km per uur. Er wordt zelfs een weeralarm afgegeven. Ik kom Pieter (voorzitter van de reclamecommissie) tegen. Hij vertelt over vroeger toen hij nog in de planten zat. Hij vertelt over de groothandelaren, de cactussen, de palmen, de moeilijke tijden en de strenge winters. Pieter vraagt of ik morgen mee ga naar de groothandel waar hij zijn snoep haalt. We spreken af dat ik om half elf voor zijn deur sta. Pieter woont al heel zijn leven vlakbij de markt, in de Herman Costerstraat. ![]() Nel is gearriveerd. Het is nog iets harder gaan waaien. De gele vlaggen aan de zijkant van de markt klapperen. Omdat de bloemenstal aan de kop van de markt staat heb ik goed zicht op de mensen die de markt opkomen, vooral stevige vrouwen in lange jassen. Een groep kleuters komt onder begeleiding van de juf en twee moeders bloemen kopen voor in de klas. De kinderen weten al wat tulpen zijn en rozen en zelfs hyacinten. Nel leert me het maken van kleine boeketjes: twee (of drie) chrysanten vervolgens één alstroemeria dan drie rozen, weer twee chrysanten en twee rozen en tot slot één varen met de binnenkant naar buiten, de stelen netjes afknippen, een elastiekje eromheen, in cellofaan wikkelen en klaar. Twee euro vijftig. Ik krijg er al snel handigheid in. Nel praat honderduit. Over de huur die ze voor een paar dakplaten moet betalen, over vroeger, over haar vader, over politiek, over allochtonen. En over het vocht dat in de loop der jaren in haar botten is gekropen. “Voor de geest is het een goed beroep, maar fysiek is het zwaar, je bent altijd buiten hè!” Een jongeman komt vragen of ze ook witte tulpen heeft. “Nee, helaas, wel veel gele, in verband met Pasen.” Bij de snackbar op de hoek staan twee mannen met ‘toezicht’ op hun rug. De blauwe parasol houdt nog steeds stand. De wind lijkt iets af te nemen. Na een patatje gegeten te hebben en een rondje over de markt gelopen te hebben kom ik terug bij mijn bloemenstal. Nels vader is er ook. Normaal komt hij even venten, maar het is er vandaag geen weer voor. Hij zit in de hoek op zijn kruk. Zijn verhalen gaan ver terug in de tijd. Tot voor de oorlog. De tijd van paard en wagens, de handel, de kermis, de koude winters. 14.30 Voordat ik naar huis ga doe ik mijn boodschappen. Het is lang geleden dat ik mijn eten op de markt heb gekocht. Ik verbaas me hoe goedkoop en vers alles is.
Bloemlezing
Alstroemeria, die op kleine lelies lijken Violier: bloemvariant van vioolplant Solidago: een goede hybride van de guldenroede De Latijnen: Epericum, Eryngium en Lymonium De isotopen De welriekende Madonna’s De Turkse-, de Japanse- en de Koningslelie Snijbloem onder glas De groep kwetsbaren De Fresia’s Gevoelig voor ethyleen uit fruit en uitlaatgassen
Het onvermijdelijke begin De droom van een marktkoopman gaat niet over rozen Noch over vlees, vis of politiek Het heeft niets om het lijf Geen boter op de hoofden
Dag 2 Happige Piranha’s (donderdag 13 maart 2008) Koninklijke Verkade versterkt vanaf week 38 het Verkade-concept Dier&Co met een nieuwe variant: Happige Piranha’s. Naast de succesvolle Lange Nekken, KrokoBeten en Berenklauwen is Happige Piranha’s de vierde variant binnen dit kinderkoekjesassortiment. De koekjes zijn een bron van vezels en hebben volgens de fabrikant een lekkere, fruitige smaak. De Happige Piranha’s zitten in een pak met acht portieverpakkingen van twee stuks. Op de verpakking staan leuke dierenweetjes. 10.30
Pieter heeft een boodschappenlijstje mee, hij loopt rond alsof hij zich in Albert Heijn bevindt. Een vrouw van een jaar of dertig met een ringetje door haar neus vertelt enthousiast over de nieuwe producten. De Happige Piranha’s, de Trompethelikopters, de Teletubbietelefoons, de snoepmobieltjes, enzovoort. Pieter gaat de nieuwe producten op zijn website (www.candytoys.nl) te zetten. Ik help Pieter mee het snoep in de auto te zetten. Zelfs de achterbank wordt volgestapeld. Op de terugweg stoppen we bij een wegrestaurant en eten een gyrosschotel. Pieter praat over snoep en computeronderdelen. Op snoep maken ze (Pieter en zijn vrouw) meer winst. Vooral Turkse ouders kopen snoep voor hun kinderen. Maar hij levert soms ook grote partijen chocolade met sinaasappelvulling aan Iraniërs. Om twee uur zijn we weer terug in Den Haag. Hij parkeert zijn auto in de straat. Ik vraag hem of hij de snoep niet hoeft uit te laden. Hij antwoordt ontkennend: “als er mensen zijn die voor snoep mijn auto willen openbreken moeten ze wel erg veel honger hebben, en mocht dat zo zijn dan gun ik ze het.” Ik fiets naar huis en denk aan Happige Piranha’s. Dag 3
Artikel 5.2.2 Venten e.d. 2. Het in het eerste lid gestelde verbod geldt niet: Tweede lid Voor een goed begrip van de artikelen 5.2.2 en 5.2.3 is het noodzakelijk het onderscheid tussen venten en verkoop vanaf een standplaats te verduidelijken. Onder venten met goederen wordt verstaan: de uitoefening van kleinhandel, waarbij de goederen aan willekeurige voorbijgangers worden aangeboden, dan wel het huis-aan-huis aanbieden van goederen. Onder het innemen van een standplaats wordt verstaan het te koop aanbieden van goederen vanaf eenzelfde plaats, al dan niet gebruikmakend van fysieke hulpmiddelen als een kraam of een aanhangwagen, in de openbare ruimte. 9.30 Het is vrijdagochtend half tien. Het weer is omgeslagen. De lucht is statisch, lichtblauw met sluierbewolking. Rond de bloemenstal van Nel en Bert Kames krioelen de eerste klanten. Het rolluik aan de zijkant is omhoog geschoven. Ome Piet (83 jaar, de vader van Nel) kijkt vanonder zijn geruite pet naar de markt, voor hem op de tafel liggen anjers en rozen in papier verpakt, klaar voor de verkoop. Zijn elleboog ligt tegen een houten geldkistje. Met een krachtige stem prijst hij de bloemen aan: ‘chrysanten, twee bossen, twee vijftig, rozen, tulpen verderop’. Het laatste woord slikt hij in. Mensen lopen voorbij, sommigen blijven staan voor een praatje of groeten: ‘hé ome Piet, hoe istie?’, anderen kopen twee bossen chrysanten of een bos lange rozen. Tijdens het overhandigen van de bloemen en het teruggeven van het wisselgeld blijven zijn woorden als op de automatische piloot over de markt schallen. Ik loop een rondje over de markt. Het is druk. Bij een stoffenkraam is een opstopping. Turkse vrouwen scheuren het stof bijna letterlijk van de rol. De prijs van de stoffen is laag, één euro per strekkende meter. Naast de stoffentent worden damesschoenen verkocht. De felgekleurde schoenen, veelal lage instappers met een strikje, worden aangeprijsd met teksten als: ‘wie naast zijn schoenen loopt, krijgt vieze sokken’ en ‘wat vrouwen hebben Een man die kleding verkoopt staart me aan als ik schrijvend voorbij loop. De man verkoopt spijkerbroeken van vijf euro. In gebrekkig Nederlands vertelt hij mij dat hij uit India komt en zes jaar op de markt staat. Het is een zwaar beroep, hij moet er ook ’s avonds bij werken. Ik leg hem uit dat ik dichter ben, maar hij begrijpt me niet. Het universele woord poëzie kent hij wel, maar het gesprek valt al snel stil. Ik groet hem vriendelijk en loop verder richting groente en fruit. Bij de fruitboer op de hoek liggen mandarijnen, appels en sinaasappels als een waar kunstwerk uitgespreid. Terwijl haar man de klanten helpt begint de hoogblonde vrouw een praatje. Ze vertelt over de gemeenteplannen (hun kraam moet waarschijnlijk weg) maar ook over de valse concurrentie op de markt. ‘Er staan mensen tussen met een uitkering.’ Ze wijst naar de buitenlanders. ‘Wij zijn bijna zestig, en hoeven gelukkig niet zo lang meer.’
Als alle mensen eensklaps bloemen waren 10.30 Mijn laatste dag als marktkoopman. Ik begin iets later, dan duurt het afscheid niet zo lang. Voordat ik naar mijn bloemenstal ga, struin ik nog even over de markt. Een weeïge geur van frituurolie, vis en fruit hangt in de lucht. Zaterdag is duidelijk de drukste dag. Marokkaanse en Turkse vrouwen lijken in de meerderheid, op de voet gevolgd door de blanke Schilderswijkers. Er ontstaan diverse opstoppingen bij de kraampjes waar blijkbaar echt iets te halen valt. Mensen schuifelen als een bedevaartsoptocht over de paden, er wordt op hielen getrapt, boodschappenkarretjes en kinderwagens botsen tegen onderbenen, kinderen schreeuwen om snoep, midden op het pad staat een groep allochtone vrouwen te praten, standwerkers prijzen hun producten aan. Nel en Bert Kames ontmoetten elkaar vierendertig jaar geleden in discotheek de Act in de Casuariestraat in het centrum van Den Haag. Bert stond in een net pak als een muurbloempje in de hoek gedrukt. Nel vond hem eerst een vreemde vogel, maar al snel raakten ze aan de praat en ontdekten een gemeenschappelijke passie: bloemen. Bert stond begin jaren zeventig van de vorige eeuw met zijn bakfiets vol met bloemen op het Spui. Nel werkte bij haar vader op de markt.
Na drie jaar verkering trouwden Bert en Nel en begonnen een bloemenwinkel in de Isingstraat in het Haagse Laakwartier. Hoewel een afgelegen straat met weinig bedrijvigheid lukte het Nel en Bert om de klanten binnen te halen. De zaak draaide uitstekend. Al snel besloten ze het samen ook op de Haagse Markt te proberen (Nel werkte er al op maandag in de bloemenstal van haar vader). Bert vertelt vol trots over die tijd. Nels vader bracht Bert het scharrelen en het venten bij. Hij leerde hem handelen en op een slimme manier geld verdienen. ‘Hij stond misschien wel aan de basis van het winterklaar maken van de tuin, het scheurgras en de neutronenkorrels.’ Bert glundert, en vertelt verder: ‘hij haalde rododendrons uit tuinen en verkocht ze aan de buren’. Zelf was Bert ook wel een ‘kwajongen’. Hij was lid van de Kreidlergroep, een soort Haagse tegenhanger van de Amsterdamse Hells Angels. ‘Vroeger was het soms echt overleven, hadden we bijvoorbeeld chrysanten met slecht blad, trokken we het blad eraf en vulden het op met eikenblad. Zo konden we ze nog voor een redelijk prijsje verkopen.’ Nel en Bert zullen nog wel een aantal jaren doorgaan, maar hun opvolgers zijn al bekend. Dochter Patty heeft de winkel in de Isingstraat overgenomen, zoon Joey staat op verschillende markten in Zuid-Holland. De bloemen zullen het leven van de familie Kames blijven bepalen. Ik neem afscheid en bedank Nel en Bert voor de gastvrijheid. Nel pakt een grote bos rode rozen uit de koeling: ‘hier schat voor jou’. Met de rozen achterop en de markt in mijn hart rijd ik naar huis.
|
| < Vorige | Volgende > |
|---|